Datum: 16-06-2011
Nederland gaat er prat op dat de exportkredietfaciliteit zelfvoorzienend is. Dat wil zeggen dat op de lange termijn de premiebetalingen door de Nederlandse exporteurs voldoende dienen te zijn om alle schade-uitkeringen die niet teruggevorderd kunnen worden plus de uitvoeringskosten van de faciliteit te dekken. Zo schrijft het ministerie van Financien in haar begroting voor 2011.
Hier blijkt Atradius Dutch State Business (DSB) – de uitvoerder van de Nederlandse exportkredietfaciliteit – zo goed in te zijn dat het de Nederlandse schatkist zelfs geld oplevert in plaats van kost. Over de periode 1999-2010 is ongeveer €100 miljoen naar de schatkist gevloeid. Zo bleek afgelopen week tijdens een consultatiebijeenkomst van Atradius en het ministerie van Financiën met vertegenwoordigers van verschillende NGO's en bedrijven.
Dit bedrag is de uitkomst van een verrekening van kosten en baten, zoals dat ook binnen een normaal bedrijf zou gebeuren. Zo staan premie-inkomsten aan de plus-kant en schade-uitkeringen aan de min-kant. Schade wordt veelal uitgekeerd als de opdrachtgever van een Nederlands bedrijf – de verzekeringsnemer – in gebreke blijft. Op het moment dat schade uitgekeerd wordt, wordt de opdrachtgever schuldenaar van de Nederlandse Staat. Deze schuld verschijnt als een vordering op de balans van de faciliteit. Deze vordering wordt afgewaardeerd op het moment dat wordt ingeschat dat de schuld – om wat voor reden dan ook – niet meer inbaar is.
En hier wordt het interessant. In feite wordt binnen de exportkredietverzekeringsfaciliteit afgeschreven op oninbare schulden. Wanneer het een schuld betreft van een ontwikkelingsland dat via HIPC, MDRI en/of de Club van Parijs in aanmerking komt voor schuldkwijtschelding, doet de Nederlandse overheid dat nog eens dunnetjes over. Deze dergelijke kwijtschelding gaat namelijk als een uitgave de boeken van in. Kwijtscheldingen van exportkredietschulden van ontwikkelingslanden komen namelijk ten laste van het ontwikkelingsbudget van 0,7% van het BNP. Dit mag op basis van OESO-regels. Een recent voorbeeld is de kwijtschelding van €300 miljoen aan exportkredietschulden aan de DRC. Hoog nodig voor dat land, maar tegelijkertijd ging het ten koste van het Nederlandse OS-budget en daarmee van andere broodnodige hulp.
De vraag blijft onbeantwoord waarom dergelijke kwijtschelding van een afgeschreven schuld bij het OS-budget in rekening wordt gebracht terwijl de schuld al binnen de exportkredietfaciliteit afgeschreven is. Sterker, zelfs met deze afschrijvingen boekt de faciliteit al jaren winst die ten goede komt van de Nederlandse schatkist.
Het zal bedrijfseconomisch allemaal kloppen en volgens de regels van de OESO zij, maar de vraag is gerechtvaardigd of het ook in de geest van de regels is.
Daarom pleit Jubilee Nederland ervoor dat kwijtscheldingen van exportkredietschulden niet toegerekend moeten worden aan het ontwikkelingsbudget.
Jubilee tweets > alles bekijken