Veel Westerse bedrijven vragen bij hun overheden een exportkredietverzekering aan om zich in te dekken tegen de specifieke risico’s die zijn verbonden aan het exporteren van goederen en/of diensten naar ontwikkelingslanden. Betrokken overheden verstrekken dergelijke verzekeringen om het eigen bedrijfsleven een steuntje in de rug te geven. Namens de Nederlandse overheid worden dergelijke exportkredietverzekeringen verstrekt door Atradius Dutch State Business (Atradius DSB).
Wanneer een afnemer in een ontwikkelingsland in gebreke blijft betaalt Atradius DSB de Nederlandse exporteur en probeert zij namens de Nederlandse staat betreffende vordering alsnog te innen van betrokken ontwikkelingsland. In geval het betreffende ontwikkelingsland ook op de langere termijn niet in staat blijkt de schuld aan Nederland af te betalen, wordt samen met andere crediteurenlanden in de zogenaamde Club van Parijs geprobeerd tot een saneringsregeling te komen. In het uiterste geval kan daarvan een schuldenkwijtschelding deel uit maken.
Hoewel deze schulden voortvloeien uit exportbevorderingbeleid, komt de kwijtschelding van exportkredietschulden vrijwel altijd – ook in Nederland – ten laste van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. De vraag of de initieel verzekerde export de ontwikkeling van het ontwikkelingsland diende wordt daarbij niet gesteld.
Omdat de exportkredietverzekering een steunmaatregel is voor het Nederlandse bedrijfsleven vindt Jubilee Nederland dat kwijtscheldingen van daaruit voortkomende schulden niet in rekening moeten worden gebracht bij ontwikkelingssamenwerking.
Jubilee tweets > alles bekijken